Home

Hoe wordt de muziek gemaakt ?

Nat10bar.gif (324 bytes)

De basis wordt gelegd door de "doundounfola’s" oftewel de bespelers van de douns. De douns zijn de drie (liggende) bastrommels die, bij een compleet orkest door drie afzonderlijke personen met een stok bespeeld worden. Alle drie de trommels zijn bovenop voorzien van een bel die (meestal) met de linkerhand geslagen wordt met een spijker of dikke ijzerdraad. In sommige culturen worden vergelijkbare trommels rechtopstaand bespeeld.

  • De dununba geeft de laagste toon.
  • De sangban geeft een wat hogere toon.
  • De kenkeni geeft de hoogste toon.
  • De kenken is de op deze instrumenten gebonden bel.

 

 

 

 

Door Gerard van Dijk gemaakte dununba, sangban en kenkeni.

 dounseigen.JPG (43447 bytes)

Door de dikte van de vellen (meestal rund) en het feit dat de trommels aan beide zijde bespannen zijn geven de bastrommels, ook wanneer ze hard bespeeld worden, zachte donkere tonen.

Op de bel worden veel meer slagen gemaakt dan op de doun. De speler houdt zichzelf en de anderen met de bellen in het goede ritme. De bellen voegen ook een hoog klinkende melodie toe aan de muziek. Met de rechterarm wordt niet alleen met de stok los op het vel geslagen maar er worden tussendoor ook dempslagen gegeven. Naast een extra geluidsoort geeft dit de speler ook ritmisch extra steun.

Er is altijd één basinstrument het belangrijkste; vaak is dat de sambang. Hij mag dan ook niet variëren. In een nummer (in het vervolg "thema" genoemd) mag soms een basinstrument beperkt variëren.

Iedereen speelt tijdens een thema een ander ritme dat exact en voortdurend gespeeld dient te worden. De ritmes complementeren elkaar vaak en grijpen op een spannende manier in elkaar. Hierdoor ontstaat de beroemde West-Afrikaanse polyritmiek. De solo’s van de djembéfola’s en soms van een bastromspeler of klein-percussionist buitelen daar weer gedisciplineerd maar speels overheen. Het geheel zit door de hechte constante basis zeer strak in elkaar maar blijft door de solo's en variaties voortdurend leven.

De enige speler die de doun-doun spelers ritmisch mag beïnvloeden is de solo-djembé speler. Hij of zij geeft de versnellingen aan en geeft tekens wanneer een variatie dient te beginnen of te eindigen.

  • De solo djembé
  • De begeleidingsdjembé(s)

De West-Afrikaanse djembé wordt door de meeste percussionisten als het meest veelzijdige percussie-instrument beschouwd.

Door de enorme spanning op het geitevel en de lange open vorm van de trommel zijn zowel hele lage bassen als hele felle slaps mogelijk. Hij wordt met beide handen bespeeld. Door de vorm van de handen en de plaats van de slagen op het vel te veranderen kan een enorm spectrum aan geluiden gemaakt worden. De solo djembé zal vaak het hoogste gespannen worden om de duidelijkste solo’s en tekens te kunnen geven. Een groep van normale grootte, opgebouwd uit alleen douns en djembé’s, zou uit vier, vijf of zes mensen moeten bestaan. Ook de djembéfola’s spelen weer verschillende ritmes. Indien met drie djembé’s gespeeld wordt, spelen twee ervan een vast bij dat thema horend ritme. Op de djembé kunnen uiteenlopende geluiden gemaakt worden. In het midden wordt een zeer diepe heldere bas geslagen. Op de randen met gespreide vingers hoge heldere slaps. Met gesloten vingers wordt een iets warmer geluid verkregen.

Patrick Tromp en Mirjam Koenen in een muzikaal "pas de deux"

Verder zijn allerlei roffels, dubbele slaps en dempslagen mogelijk. De solist maakt op een creatieve manier van deze mogelijkheden gebruik. Ook kan hij of zij de solo overgeven aan een andere djembéfola. Bij ingestudeerde dansen zijn de solopartijen vaak vast omlijnd en zo ingestudeerd dat de djembé vertelt wat de danser danst. Ook biedt het de dansers vastigheid. Bij (dans)improvisaties is hij uitgesproken interactief met de dansers en andere djembésolisten bezig.

Echte zogenaamde masterdrummers komen niet alleen uit de streek waar deze muziek vandaan komt maar zijn ook in West-Afrika percussionist geweest. Wil je meer weten over de bekendste djembéfola van nu lees dan eens de interviews met Mamady Keïta en de leden van zijn band Sewa Kan zoals Cécé Koly . Je vindt er ook afbeeldingen van de diverse instrumenten.

Copyright: Inisoft, Gerard P.J.P. van Dijk 2015