Home

Over de roots van Westafrikaanse percussiemuziek

Nat04bar.gif (1355 bytes)

Elk gespeeld thema heeft zijn eigen betekenis en naam. Zeer vaak is de muziek ontstaan uit handgeklap en getik op zeer eenvoudige "instrumenten" zoals kalebassen. Kleine groepjes vrouwen stimuleerden daarmee anderen bij het uitvoeren van hun zware werkzaamheden. Ook nu nog kan men dit op het Afrikaanse platteland volop meemaken. Later vonden de smeden manieren om trommels te maken en kwamen er mannelijke (!) musici om de trommels te bespelen. Vrouwen en mannen vullen nu het trommelen aan met gezang, handgeklap, joelen en, niet in de laatste plaats dans. Bepaalde werkzaamheden worden met percussie en zang en eventueel zelfs dans begeleid. Achter de letterlijk vrij oppervlakkig klinkende zangteksten gaat bijna altijd een diepere betekenis schuil. Naast de begeleiding van werkzaamheden op het land (Kassa) of visvangst (Dalah) zijn er de thema's met bijbehorende dansen met een (nog) diepere betekenis. Dit kan de muziek zijn die gespeeld wordt wanneer jongeren initiatierites ondergaan (Soli; Sorsenet). Of muziek waarbij om regen gevraagd wordt (Kakkilambee). Of geluk voorafgaand aan de jacht (Sofa). Of muziek die gemaakt wordt wanneer jongeren elkaar het hof proberen te maken (Yanka Di). Een eerbetoon aan de vrouw zit opgesloten in het thema Yeke Yeke.

Ook zwaardere onderwerpen krijgen aandacht: Moriba Yassa wordt gespeeld om de natuurkrachten gunstig te stemmen wanneer een vrouw haar zoveelste jonge kind verloren heeft en kinderloos dreigt oud te worden. Het zijn vaak zeer volkse thema’s die niet zelden doen denken aan thema’s van onze eigen vroegere volksmuziek. Hoewel veel moderne Afrikaanse muziek vrolijk en feestelijk aandoet liggen de thema’s van de oorspronkelijkere muziek dichter bij wat wij "blues" noemen. Het is dan ook niet vreemd dat sommige moderne Afrikaanse muzikanten zoals Boubacar Traore, Ali Farka Touré en Habib Koite (allen uit Mali !) meer in die richting verder zijn gegaan !

Er zijn honderden thema's; elk met een eigen betekenis en met een eigen moment in het jaar of het mensenleven om het thema te spelen, dansen of ondergaan. Het eerdergenoemde Sorsenet wordt bijvoorbeeld traditioneel "bewaard" door een grootfamilie. Wanneer het moment voor de initiatierite Sorsenet aanbreekt, worden de door de grootfamilie bewaarde maskers en instrumenten tevoorschijn gehaald. Die familie bewaart en toont ook de specifieke danspassen ! Na de betreffende initiatieperiode wordt alles weer opgeborgen.

Tijdens de riten en feesten wordt een thema, aangevuld met dans, gedurende het hele feest (vaak de hele nacht) gespeeld. De muzikanten wisselen elkaar, als er genoeg zijn tenminste, af, om mogelijk te maken dat er de hele nacht gedanst wordt. Wel zijn er vaak van een thema meerdere varianten waardoor er toch volop variatie ontstaat tijdens zo’n dansnacht. Voor de ouderen zijn er vaak tragere varianten zodat ook zij aan hun trekken komen. Bij de populairdere thema’s zoals Kuku, Yanka Di, Danza en dergelijke springt steeds opnieuw een danser of dansers in de kring om zijn of haar kunnen te tonen. Eromheen staan de vele niet-dansers te genieten van het spektakel. Ze moedigen dansers en muzikanten aan met gejoel en gelach.

Tegenwoordig zijn veel thema's door de verstedelijking en ontmythologisering meer gepopulariseerd. Sommige thema's worden nu bij veel meer gelegenheden gespeeld. Niet zelden worden veel thema's door moderne afrikaanse musici als basis gebruikt voor hun met westerse instrumenten gespeelde muziek ! De nationale radiozenders, maar ook rondtrekkende musici en griots (verhalenvertellers) zorgen nog steeds voor de verspreiding van de authentieke cultuur. De radiozenders verspreiden zowel de authentieke muziek als de moderne versies zoals die nu en dan in "onze" top 40 staan. Ook de sterk groeiende groep West-Afrikaanse stadsjeugd kent de oude muziek goed. De reden is volgens mij simpel: Het is muziek die ontstaan is vanuit een zeer menselijke en primaire drijfveer. Is het dan raar dat deze muziek het ruggemerg van zowel Afrikanen zelf als van de westerse toeschouwer meteen weet te bereiken ? De drijfveren van weleer (het bezingen van de hardheid van het bestaan, het vragen om gunsten, het bezingen van het geluk, amusement) zijn nog steeds valide ! Daar staat de vaak schrijnende armoe maar ook de rijkdom van de Afrikaanse culturen garant voor. De siddering die je voelt wanneer een thema echt tot je doordringt is in en in menselijk. Bijzonder in dit verband is dat wetenschappelijke onderzoekers bewezen hebben dat Westafrikaanse polyritmiek een sterk ontspannende werking heeft. De bij het ondergaan van het ritme gemeten hersenaktiviteit is qua intensiteit vergelijkbaar met een slaaptoestand !

Op het platteland van de allerarmste landen is bijna iedereen landbouwer en/of veeteler. Dat was vroeger zo en nu nog. Hooguit was iemand temidden van zijn landbouwende grootfamilie smid, leerbewerker, medicijnman of verhalenverteller. Modernere beroepen zijn dan nu onderwijzer, verpleger of landbouwvoorlichter. In de grotere steden is er langzaamaan een verdere diversificatie van de plattelandsmaatschappij ontstaan. Er is nu ruimte gekomen voor specialisten die weinig meer van het plattelandsleven en de Afrikaanse "roots" weten. Dat is dus oppassen geblazen ! Gelukkig kunnen hierdoor echter ook specialisten ontstaan die zich juist weer op die "roots" richten en op de verspreiding daarvan. Populair en meer aangepast aan de veranderde levensstijl van de stadse Afrikaan zijn de showgroepen van semi-professionele musici en dansers. Een traditioneel thema wordt dan niet eindeloos uitgesponnen als begeleiding bij werkzaamheden of een nachtelijke feest, maar wordt gebracht als theater. De thema's worden veel korter gemaakt en voorzien van voor dansers en musici duidelijke referentiepunten ("tekens"). Binnen de tekens kunnen de djembésolisten voluit soleren en de dansers de bijbehorende bewegingen tonen. De dansers hebben hun choreografie verder verfijnd zodat de presentaties op een hoge waardering kunnen rekenen. Wedstrijden tussen dit soort groepen worden vaak gestimuleerd door de overheid. Zo zorgt de overheid er voor dat de culturele identiteit van het land of de streek niet verloren gaat. Het jammergenoeg nog steeds dictatoriaal bestuurde Afrikaanse land Guinée (met als hoofdstad Conakry) heeft dat al vroeg gezien. In het kielzog van Guinee stimuleren inmiddels ook de meeste andere Afrikaanse landen hun eigen cultuur. Ook is muziek en dans een goed exportprodukt gebleken. Wie geniet er niet enorm van de energie die een professionele Afrikaanse dans- en muziekgroep uitstraalt !? Niet alleen worden er lokaal toeristen mee vermaakt maar Afrikaanse groepen staan ook al enkele tientallen jaren op alle grote podia van de wereld !

 

Copyright: Inisoft, Gerard P.J.P. van Dijk 2015